Terminologie in onderzoek op het gebied van Aerobiologie, met een focus op pollen

Aerobiologie is een tak van de biologie wetenschap, die het passieve transport van zich in de lucht begevende micro-organismen, en deeltjes afkomstig van organismen, zoals plant en dier bestudeert. De Aerobiologie levert een waardevolle bijdrage aan het onderzoek naar bijvoorbeeld stofallergieën, hooikoorts en luchtweginfecties. Het gaat daarbij alleen om de deeltjes die zich onder invloed van de luchtverplaatsing zelf voortbewegen, dus niet over bijvoorbeeld vogels (die op eigen kracht door de lucht bewegen) of “niet tastbare” geluidsgolven. Ook de luchtverplaatsing zelf, hoort niet tot de kern van het vakgebied. (bron: Wikipedia)

Hieronder een overzicht van termen die bij deze wetenschap tot het dagelijks taalgebruik horen.

"Pollen en Sporen". De definities hebben betrekking op zowel het pollen van bijvoorbeeld bomen, grassen en kruiden als op de sporen afkomstig van schimmels. Voor de leesbaarheid wordt overal waar “pollen” staat, “pollen en sporen” bedoeld.

Allergeen: Elke stof die allergische symptomen kan veroorzaken. Bijvoorbeeld het pollen van berken, maar ook huisstofmijt of huidschilfers. Blootstelling aan een allergeen kan niet alleen plaatsvinden door het inademen via neus of mond, maar ook door contact via de huid of inname via voeding. De concentratie wordt uitgedrukt in de hoeveelheid allergeen per eenheidsvolume lucht, in nanogrammen/m3 of picogrammen/m3.

Allergologie: De tak van de geneeskunde die zich bezighoudt met allergie.

Bacterie: Bacteriën vormen een domein van eencellige, soms in kolonies levende micro-organismen. Een bacterie heeft geen celkern en is dus een prokaryoot: het erfelijk materiaal ligt los in het cytoplasma. Het DNA bestaat meestal uit één enkel ringvormig chromosoom, vaak vergezeld van een of meer plasmiden, die eveneens genetische informatie bevatten. De concentratie wordt uitgedrukt in het aantal bacteriële cellen per eenheidsvolume van lucht.

Hoofd Pollen Seizoen: De periode wanneer pollen aanwezig is in de atmosfeer in significante concentraties op een specifieke locatie. Er zijn verschillende methoden om het begin en het einde van het hoofdseizoen te definiëren. De selectie van de meest geschikte methode is afhankelijk van het doel van de studie, ligt de focus op fenologie of meer op de blootstelling aan pollen. De gebruikte methode moet altijd duidelijk worden benoemd.

Jaarlijkse Pollen Integraal: De gemiddelde dagelijkse pollen concentratie opgeteld over een bepaalde periode, bijvoorbeeld een jaar of een specifiek groeiseizoen. Uitgedrukt als (Pollen * dag/m3).

Pollen Allergeen Potentie: de hoeveelheid allergeen per pollenkorrel, gemeten als massa in nanogram of picogram per pollenkorrel.

Pollen Allergie Potentie: Afhankelijk van de hoeveelheid grote en kleine allergenen in de pollenkorrel. De allergie potentie van het stuifmeel van een bepaalde plantensoort is het vermogen om een allergische reactie te veroorzaken bij een aanzienlijk deel van de bevolking. Dit is een vaste waarde per plant, die over de hele wereld gelijk is. Ook wel allergeniteit genoemd.

Pollen Allergierisico: Dit is de capaciteit van een stuifmeelkorrel om bij specifieke omstandigheden serieuze gevolgen voor de volksgezondheid te veroorzaken. Het allergierisico is afhankelijk van meerdere factoren, bijvoorbeeld de pollenconcentratie,  locatie, periode in het seizoen, de meteorologische omstandigheden en aanwezigheid van milieuverontreinigende stoffen.

Pollen Concentratie: Het aantal pollenkorrels of sporen in de lucht per luchtvolume. De gemiddelde tijd voor de concentraties kan variëren, veelgebruikte perioden zijn één dag, of twee uur (respectievelijk dagelijkse en 2-uursconcentraties). De gemiddelde periode wordt niet weerspiegeld in de eenheid, die altijd het bedrag per volume blijft, maar moet worden vermeld in relatie tot de opgegeven waarden.

Pollen Emissie:, uitgedrukt als bijvoorbeeld (Pollen /uur * m2) of (Pollen/jaar * m2): pollen afgifte per keer per gebied. Afhankelijk van het gebruik en het doel wordt de pollenemissie soms uitgedrukt in andere eenheden, zoals per plant, per biomassa. Het wordt aanbevolen, volgens het verdrag in de luchtkwaliteit, om uiteindelijke emissies te voorzien van zowel een ruimtelijke als temporele resolutie.

Pollen Kalender: een grafische weergave van de periode waarin het belangrijkste pollen in de lucht op een bepaalde locatie voorkomt. Meestal is dit een gemiddelde over meerdere jaren, minimaal 5 jaar wordt over het algemeen aanbevolen. Afhankelijk van het gebruik en de doelgroep van de pollenkalender zijn er verschillende methoden voor de berekening en voor de grafische presentatie.

Pollen Productie: de hoeveelheid stuifmeel geproduceerd per helmknop bij bedektzadigden (deze soorten hebben bloemen en planten zich voort door middel van zaden in vruchten) of per sporendoosje bij naaktzadigen (overige soorten die zich voortplanten middels zaden). De productie van pollen wordt bij bedektzadigen soms uitgedrukt per bloem of bloeiwijze. Bij naaktzadigen kan dit ook per mannelijke kegel.

Pollen Telling: Dit is het resultaat van de dia-analyse, dit zijn de ruwe gegevens. Het is het aantal pollen geteld bij de microscopische analyse, hij kan niet zomaar worden vergeleken met bijvoorbeeld de tellingen van een andere microscoop, of de tellingen in een andere studie, hiervoor moeten de tellingen eerst worden omgezet in concentraties.

Schimmel: een eukaryotisch micro-organisme ingedeeld in het Koninkrijk schimmels. Het omvat geen schimmels-achtige organismen, zoals slijmschimmels en waterschimmels.

Schimmels of zwammen, wetenschappelijke naam: Fungi, ook wel Myceteae, bestaan uit cellen met een of soms twee celkernen, mitochondriën en een cytoskelet. In tegenstelling tot de dieren, waarvan ze de zustergroep vormen, hebben schimmels vaak celwanden.

Schimmelsporen: seksuele of aseksuele reproductieve eenheid van schimmels, die in staat is om zich tot een nieuw individu te ontwikkelen, meestal goed bestand tegen uitdroging en hitte.

Stuifmeelkorrel: Stuifmeel is identiek aan "pollen", het zijn de mannelijke sporen van zaadplanten. Het is afkomstig van de meeldraden van bloemen, van katjes of van de mannelijke kegels van naaktzadigen. Het onzijdige woord "pollen", is van Latijnse oorsprong en is in de Nederlandse taal een enkelvoud, geen meervoud. Men zegt dus: "het pollen of stuifmeel van de berk wordt door de wind verspreid"; niet, zoals men soms wel leest of hoort: "de pollen van de berk worden door de wind verspreid".


Referentie: 

Werkgroep kwaliteitscontrole van de European Aerobiology Society (EAS) en de International Association of Aerobiology (IAA).

Paper: Recommended terminology for aerobiological studies : C. Gala´n.A. Ariatti .M. Bonini .B. Clot .B. Crouzy .A. Dahl .D. Fernandez-Gonza´lez .G. Frenguelli .R. Gehrig .S. Isard .E. Levetin .D. W. Li .P. Mandrioli .C. A. Rogers .M. Thibaudon .I. Sauliene .C. Skjoth .M. Smith .M. Sofiev

Enkele aanvullingen op basis van definities omschreven in Wikipedia